Basiskwalificatie onderwijs
De Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) is het minimumpakket aan didactische vaardigheden waarover elke docent in dienst van de Universiteit Leiden moet beschikken. Vanaf 1 januari 2008 toetst de Universiteit Leiden nieuwe docenten hierop. Zittende docenten voldoen aan de eisen, tenzij anders vastgesteld in hun Resultaat- en Ontwikkelingsgesprek. De BKO is een kwaliteitstoets, maar helpt daarnaast nieuwe docenten met weinig of geen onderwijservaring om hun onderwijs tijdens hun inwerkperiode op de rails te krijgen.
Zie ook: http://www.bko.leidenuniv.nl/
Uitvoeringsplan Basiskwalificatie Onderwijs, Faculteit der Archeologie
1. De toetsingscommissie bestaat uit de volgende leden:
- Dr. Menno Hoogland (voorzitter)
- Prof. dr. Thijs van Kolfschoten
- Dr. Miguel-John Versluys
2. De toetsingscommissie wordt ondersteund door mevr. drs. Femke Tomas.
3. De toetsingscommissie vergadert minimaal 2 keer per studiejaar. De vergaderdata worden gepubliceerd op de website van de faculteit.
4. Stukken (BKO-dossiers, opleidingsplannen) die ter beoordeling worden voorgelegd aan de toetsingscommissie moeten tenminste vijf werkdagen voor een vergadering zijn aangeboden aan de ondersteuning.
5. Het BKO-traject is verplicht voor alle nieuwe docenten met een aanstelling van minimaal 0,5 fte voor minimaal twee jaar.
6. Het BKO-certificaat is een voorwaarde voor een vast dienstverband. In geval van een direct vast dienstverband (in geval van hoogleraren) wint de benoemingsadviescommissie tijdens de sollicitatieprocedure advies in bij de toetsingscommissie.
7. Een nieuwe docent ontvangt bij de aanstellingsbrief de BKO-folder. Hij/zij wordt over het BKO-traject geïnformeerd in het arbeidsvoorwaardengesprek. Hij/zij maakt binnen twee maanden een afspraak met de voorzitter van de toetsingscommissie voor een intakegesprek. De in de intake gemaakte afspraken m.b.t. de BKO brengt betrokkene zelf in het startgesprek R&O met de leidinggevende.
8. Het BKO-dossier bevat in ieder geval de volgende documenten:
- Studentevaluaties m.b.t. het door de BKO-kandidaat verzorgde onderwijs
- Door betrokkene opgestelde cursusbeschrijvingen
- Door betrokkene ontwikkelt onderwijsmateriaal/opdrachten aan studenten
- Oordeel op grond van eigen waarneming door leidinggevende
- Reflectieverslag van betrokkene over eigen onderwijs
9. De ondersteuner van de toetsingscommissie beoordeelt of het BKO-dossier volledig is. Indien dit niet het geval is, vraagt de ondersteuner de kandidaat om aanvulling. De toetsingscommissie toetst het BKO-dossier inhoudelijk aan de universitaire eindtermen voor de BKO. Deze zijn als bijlage bijgevoegd. Indien op grond van het dossier nog geen BKO-certificaat kan worden toegekend, voert de toetsingscommissie een gesprek met de kandidaat.
10. Indien de toetsingscommissie het BKO-dossier positief beoordeelt, brengt zij dit advies uit aan de decaan van de faculteit. Deze reikt het BKO-certificaat uit aan betrokkene.
11. Indien de intake uitwijst, dat de BKO-kandidaat een traject moet volgen, zoekt hij of zij een ervaren collega als mentor. Daarnaast kan de BKO-kandidaat gebruik maken van faciliteiten bij het ICLON. De kosten daarvan komen ten laste van de faculteit.
12. Deze regeling wordt gepubliceerd op de facultaire website